Examen voertuigbeheersing Het praktijkexamen voertuigbeheersing bestaat in totaal uit 12 oefeningen die in vier clusters vallen. De clusters zien er als volgt uit:
- Lopen met de motor en gebruik van standaard (één oefening: achteruit parkeren*)
- Verrichtingen bij lage snelheid (5 oefeningen: langzame slalom*, wegrijden uit parkeervak, denkbeeldige acht, stapvoets rechtdoor rijden, halve draai)
- Verrichtingen bij hogere snelheid (3 oefeningen: uitwijkoefening*, snelle slalom, vertragingsoefening)
- Remoefeningen (3 oefeningen: noodstop*, precisiestop, stopproef)
* zijn verplichte oefeningen
Naast de vier verplichte oefeningen kiest de examinator er drie uit de overige acht oefeningen. Wij gaan natuurlijk alle bijzondere verrichtingen met je oefenen, zodat je dit examen met goed gevolg kunt afleggen. Voor meer informatie over dit praktijkexamen zie deze CBR bronchure:
motorexamen voertuigbeheersing.
Examen verkeersdeelnemingNadat je geslaagd bent voor het praktijkexamen voertuigbeheersing, moet je het praktijkexamen verkeersdeelneming afleggen. De examinator let onder meer op je kijkgedrag, de plaats op de weg en of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers. Deze aspecten gaan we voor het examen in verschillende verkeerssituaties oefenen.